Column

Vaste column over drugsbeleid

mr. Kaj Hollemans heeft een vaste column over drugsbeleid op de website https://drugsinc.eu/. De nieuwssite met realtime, inspirerend drugsnieuws, een frisse, scherpe blik en een eigen identiteit.

Directe link naar de column: https://drugsinc.eu/tag/khla/

De wiet van de remmende voorsprong

16 april 2019

Afgelopen week is het Ontwerpbesluit houdende regels over het experiment gesloten coffeeshopketen naar de Tweede Kamer gestuurd. Het Ontwerpbesluit vormt een uitwerking van het wetsvoorstel experiment gesloten coffeeshopketen dat op 22 januari 2019 is aangenomen door de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft nu de mogelijkheid om zich gedurende 4 weken uit te spreken over het Ontwerpbesluit, voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State wordt gestuurd. Net als Kamerlid Vera Bergkamp (D66) verwacht ik dat de Tweede Kamer gebruik zal maken van deze mogelijkheid en dat er een apart overleg (AO) komt met het kabinet over het Ontwerpbesluit. De voorhang van het Ontwerpbesluit staat al geagendeerd voor de procedurevergadering van de VWS commissie van de Tweede Kamer op 24 april 2019.

Het Ontwerpbesluit bevat een paar opvallende wijziging ten opzichte van de consultatieversie van november 2018. Het kabinet heeft op sommige punten duidelijk rekening gehouden met de input van de verschillende partijen.

Grenzen van het experiment

Maximaal 10 gemeenten mogen meedoen aan het experiment. Als grensgemeenten worden aangemerkt alle gemeenten die aan de grens met Duitsland of België liggen. Grensgemeenten die willen meedoen met het experiment zijn verplicht het ingezetenencriterium te hanteren. Dat betekent dat het straks alleen is toegestaan toegang te verlenen tot coffeeshops of cannabis te verkopen aan personen die in Nederland wonen. Alle coffeeshops die zijn gevestigd in de deelnemende gemeenten moeten meedoen aan het experiment. Hierdoor zullen gemeenten als Venlo, Groningen, Amsterdam, Rotterdam en Tilburg in ieder geval niet meedoen aan het experiment. Hoeveel gemeenten straks wel willen meedoen aan het experiment valt nog te bezien.

Vier fases

Het experiment bestaat uit een voorbereidingsfase, een overgangsfase, een uitvoeringsfase en een afbouwfase. De verwachting is dat het wetsvoorstel op 1 januari 2020 in werking zal treden. Op dat moment begint de voorbereidingsfase. Nadat de wet (en het besluit) in werking zijn getreden, kunnen cannabistelers een vergunning aanvragen. Om te kunnen worden geselecteerd als teler moet een ondernemingsplan worden ingediend. Daarnaast moeten telers voldoen aan een heleboel andere voorwaarden. Voor advies over de aanvraagprocedure of voor een overzicht van alle eisen kunt u contact opnemen met KH Legal Advice.

Een van de meest opvallende wijzigingen ten opzichte van de consultatieversie is dat een verleende aanwijzing uitsluitend geldt voor de aangewezen teler en niet kan worden overgedragen aan een ander.

Als de telers eenmaal zijn aangewezen mogen ze starten met de voorbereidingen van de teelt van cannabis. Voordat begonnen kan worden met de uitvoering van het experiment zullen de aangewezen telers voldoende voorraad moeten hebben. De verwachting is dat de voorbereidingsfase ten minste een jaar in beslag zal nemen.

Na de voorbereidingsfase volgt een (korte) overgangsfase. Deze overgangsfase duurt maximaal 6 weken en eindigt zodra de uitvoeringsfase begint. Gedurende de overgangsfase mogen de coffeeshops in de deelnemende gemeenten naast legaal geteelde cannabis ook gedoogde cannabis in voorraad hebben en verkopen. Ook dit is een opvallende wijziging ten opzichte van de consultatieversie. Er is gehoor gegeven aan de oproep van verschillende partijen om gedurende het experiment de cannabis van de aangewezen telers geleidelijk toe te voegen aan het assortiment van de coffeeshops in de deelnemende gemeenten. Op die manier bied je consumenten de keuze en bied je coffeeshops de ruimte. Een termijn van 6 weken is (te) kort, maar in ieder geval komt er geen “clean sweep”.

Er wordt geen maximum of minimum gesteld aan het gehalte werkzame stoffen (THC en CBD). Wel moeten deze gehaltes duidelijk op de verpakking worden vermeld. Elke aangewezen teler kan aan elke deelnemende coffeeshop leveren en elke deelnemende coffeeshop kan bij elke aangewezen teler bestellen.

De uitvoeringsfase van het experiment duurt 4 jaar. Het kabinet kan de uitvoeringsfase met anderhalf jaar verlengen. Na de uitvoeringsfase begint de afbouwfase. Gedurende deze fase mogen coffeeshops naast legaal geteelde cannabis ook weer gedoogde cannabis in voorraad hebben en verkopen. Aan het einde van de afbouwfase moet de situatie weer zijn zoals voor het begin van het experiment.

Tijdlijn

Dit jaar worden maximaal 10 gemeenten aangewezen die mogen deelnemen aan het experiment. Vervolgens worden in 2020 ten hoogste 10 telers aangewezen. Dat proces zal zeker een half jaar gaan duren. Daarna mogen de aangewezen telers beginnen met telen en kunnen ze een voorraad gaan opbouwen. In de zomer van 2021 komt er een overgangsfase van 6 weken en daarna begint het experiment. Vanaf dat moment mogen de coffeeshops in de deelnemende gemeenten alleen nog maar legaal geteelde cannabis in voorraad hebben en verkopen. Voor de andere coffeeshops en de gemeenten in de rest van Nederland verandert er niks. In de zomer van 2025 wordt besloten of het experiment met 1,5 jaar wordt verlengd en uiterlijk 2027 wordt het experiment afgebouwd. Dat betekent dat het huidige gedoogbeleid dan weer van kracht wordt, tenzij een nieuw kabinet anders beslist.

Wet van de remmende voorsprong

De meerwaarde van het experiment ontgaat mij. Als politiek compromis is het misschien briljant bedacht, maar of alle betrokken partijen, waaronder de consumenten, de gemeenten, de coffeeshops en de land- en tuinbouwsector, er op zitten te wachten is de vraag. Door dit experiment komt de ontwikkeling van het cannabisbeleid in Nederland de komende jaren vrijwel stil te staan, terwijl in het buitenland de legalisering van de teelt van cannabis gewoon doorgaat, met alle kansen voor het bedrijfsleven van dien.

Waar de internationale groeimarkt rond cannabis volop kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven, ontbreekt het bij het kabinet aan visie en aan een zekere mate van urgentie. Er wordt te veel tijd en aandacht besteed aan het opzetten van een volstrekt overbodig experiment dat geen enkele ruimte biedt voor innovatie op het gebied van teelt of productontwikkeling. Daarmee is dit experiment een schoolvoorbeeld van de wet van de remmende voorsprong: het fenomeen dat een voorsprong op een bepaald gebied er toe leidt dat er onvoldoende stimulans is om verdere verbetering of vooruitgang op te zoeken, zodat men vroeg of laat voorbijgestreefd wordt.

Tripsters worden hipsters

11 maart 2019

Hallucinogenen zijn hot. Steeds meer mensen zijn bezig met microdoseren: het nemen van kleine hoeveelheden psychedelica. Geïnspireerd door websites als The Third Wave en verhalen uit Silicon valley nemen ze om de paar dagen een kleine dosis (enkele microgrammen) hallucinogenen, zoals LSD, psilocybine, mescaline of dimethyltryptamine (DMT). Naar eigen zeggen krijgen ze daardoor meer creativiteit, meer inspiratie, meer focus en meer energie. Drugs als doping voor het brein.

Rituelen

Van oudsher werden hallucinogenen vooral gebruikt bij (religieuze) rituelen. Voor veel volken in Midden- en Zuid-Amerika is de hiermee opgewekte trance zelfs de oervorm van hun religieuze ervaring. De Maya, de Azteken en de Inca gebruikten natuurlijke hallucinogenen uit wortels, knoppen, zaden en paddenstoelen om contact te maken met voorouders, geesten of goden. In Mexico speelden paddo’s (psilocybine) en peyote (mescaline) een belangrijke rol, de drank ayahuasca (DMT) stond centraal in het Amazonegebied en aan de andere kant van de wereld raakten sjamanen in Siberië in trance door het eten van de amanita muscaria (vliegenzwam). Van de Vikingen is bekend dat ze paddo’s (psilocybine) gebruikten voordat ze ergens aan land gingen. In hun roes waren ze sterker en woester dan normaal.

Onderzoek

De laatste jaren is er ook in de medische wetenschap meer aandacht voor psychedelica. LSD, psilocybine en andere hallucinogenen hebben invloed op de waarneming, de emoties en het bewustzijn en er zijn aanwijzingen dat deze middelen het leggen van nieuwe verbindingen in het brein bevorderen. In steeds meer wetenschappelijke publicaties klinkt het pleidooi om psychedelica serieus te nemen in de medische en therapeutische praktijk. Sinds kort zijn het UMC Groningen en het UMC Utrecht begonnen met een experiment waarbij depressieve patiënten worden behandeld met psilocybine, de werkzame stof in paddo’s en sclerotia (truffels). Deze patiënten ondergaan een gecontroleerde behandeling met als gewenst eindresultaat het doorbreken van negatieve gedachten en het verminderen van hun sombere stemming.

Onder de juiste omstandigheden, in de goede omgeving en met deskundige begeleiding kunnen psychedelica een heilzaam effect hebben. Het zal mij dan ook niet verbazen als psilocybine, net als cannabis, over enkele jaren op grote schaal zal worden ingezet voor medicinaal gebruik.

Wettelijke status

Ook al zijn ze hot, de middelen LSD, psilocybine, mescaline en DMT staan allemaal op lijst I van de Opiumwet. Ze worden door de wetgever beschouwd als harddrugs; middelen met een onaanvaardbaar risico. Bezit, handel, productie, invoer en uitvoer van deze middelen is verboden. Microdoseren met deze middelen brengt dus een bepaald risico’s met zich mee.

Gelukkig kun je in Nederland ook op een eenvoudige en legale manier experimenteren met microdoseren. In tegenstelling tot paddo’s vallen sclerotia (truffels) namelijk niet onder de Opiumwet. Sclerotia (truffels) zijn volstrekt legaal en verkrijgbaar bij iedere goede smartshop. Het verschil tussen de soorten truffels is vooral gelegen in de sterkte (de hoeveelheid psilocybine die er in zit) dus laat je goed voorlichten voordat je begint. Want als de muren op je afkomen en het tapijt begint te bewegen omdat je ’s ochtends te veel truffels door de yoghurt met muesli hebt gedaan, dan schiet je je doel voorbij. In dat geval is het goed om te weten dat een trip tussen de drie en zes uur kan duren.

Drugs zijn crimineel volgens de gebroeders “House”

18 februari 2019

Afgelopen week deed onze minister van Justitie en Veiligheid, de heer Grapperhaus, de volgende uitspraak in een opiniestuk in de Volkskrant:

“We moeten vooral niet denken dat legalisering van bepaalde soorten harddrugs het probleem van de georganiseerde zware criminaliteit zou oplossen of doen slinken. Het Trimbos-Instituut wijst er bijvoorbeeld op dat er dan hoogstwaarschijnlijk een verschuiving naar andere lucratieve handel zal plaatsvinden. Misdaadorganisaties hebben tegenwoordig een divers verdienmodel. Er is een grote verwevenheid met mensenhandel en gedwongen prostitutie.”

Blijkbaar had de heer Grapperhaus, voordat hij minister van Justitie en Veiligheid werd, nog nooit een maffiafilm gezien (hierbij een paar tips: The Godfather trilogie, Goodfellas, Donnie Brasco, Casino), een televisieserie over het onderwerp bekeken (hierbij een paar tips: La Piovra, Boardwalk Empire, Peaky Blinders) of zich überhaupt verdiept in de onderwereld (hierbij een paar tips: Gomorra, Low Life, Five Families). Als hij dat wel had gedaan, dan had hij geweten dat bijna alle grote misdaadorganisaties zich sinds het begin van de vorige eeuw bezighouden met drugshandel, wapenhandel, mensenhandel, prostitutie, afpersing en illegale gokcircuits. Niks nieuws onder de zon, behalve voor onze minister van Justitie en Veiligheid.

“Legalisering van xtc, zoals door sommigen bepleit, is geen oplossing. Het gaat de georganiseerde misdaad om geld en dat verdienen ze vooral met de verkoop van drugs. Dat fenomeen moeten we op alle fronten bestrijden.”

Kort gezegd, drugs moeten worden bestreden op alle fronten, want alleen via het bestrijden van de drugshandel kan de georganiseerde misdaad worden aangepakt. In dat scenario is legalisering van XTC inderdaad geen oplossing, want als je XTC legaliseert, kun je XTC niet meer aanwenden om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Drugs zijn geen genotmiddel, drugs zijn crimineel.

Dit verklaart ook meteen waarom het kabinet er zoveel belang aan hecht mensen ervan te overtuigen dat het gebruik van drugs niet normaal is. Staatssecretaris Blokhuis kwam afgelopen week met de volgende verklaring:

“Mensen vinden het kennelijk normaal om dit soort middelen te gebruiken tijdens het uitgaan, maar zijn daarbij onvoldoende doordrongen van het risico dat ze nemen. Vooral onder hoogopgeleiden tussen de 20 en 25 jaar ligt het gebruik hoog. Die normalisering wil ik tegengaan, met name door in te zetten op voorlichting en preventie. Dit voorjaar laat ik weten welke eventuele extra maatregelen ik neem. In goed overleg met collega minister Grapperhaus, die in zal zetten op meer aandacht voor de gevolgen van xtc-gebruik in relatie tot de drugscriminaliteit”.

XTC is groot geworden dankzij house muziek, maar nu proberen de gebroeders House de geest weer in de fles te krijgen. Haus en Huis gaan de grote misdaadorganisaties aanpakken door drugsgebruikers erop te wijzen dat ze de georganiseerde criminaliteit in stand houden met hun risicovolle gedrag. Dat de gemiddelde gebruiker daar geen boodschap aan heeft, omdat hij drugs beschouwt als genotmiddel, doet er niet toe.

Legalisering van drugs is geen oplossing, want daarmee raken de gebroeders House het ultieme middel kwijt in de strijd tegen de georganiseerde misdaad: de drugs zelf.

Voorstanders van de legalisering van XTC wijzen er steevast op dat hierdoor de gezondheid van de gebruikers beter kan worden beschermd. Er kunnen eisen worden gesteld aan het productieproces, de herkomst, de samenstelling en de kwaliteit van XTC, zodat mensen weten wat ze slikken. Dat leidt aantoonbaar tot minder maatschappelijke en sociale schade en tot een laag risico voor de volksgezondheid.

Een van de fundamentele taken van de overheid is het treffen van maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid. Zo staat het in artikel 22 van de Nederlandse Grondwet. Daarom lag het primaat van het Nederlandse drugsbeleid van oudsher bij gezondheidsbescherming. De laatste jaren is daar echter verandering in gekomen.

Volgens de gebroeders House verdienen mensen die af en toe een XTC pilletje slikken tijdens het uitgaan geen bescherming. Zij verdienen het om te worden ingezet als pionnen in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Dat zij daarbij worden blootgesteld aan onnodige risico’s is het nieuwe normaal. “Dan had je maar geen drugs moeten gebruiken” is het motto van ons nieuwe drugsbeleid.

Zodra een overheid zijn eigen burgers in gevaar brengt ten koste van de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, dan gaat er fundamenteel iets verkeerd. Diezelfde overheid wordt namelijk geacht maatregelen te nemen ter bevordering van de gezondheid van zijn eigen burgers. Dat is mogelijk door de productie en de verkoop van XTC te reguleren vanuit het oogpunt van gezondheidsbescherming. Maar dat is dus “geen oplossing”.

Vezelhennep is geen wiet

28 januari 2019

Cannabisplanten bevatten ongeveer 70 verschillende cannabinoïden. De bekendste cannabinoïden zijn THC (tetrahydrocannabinol) en CBD (cannabidiol).

THC staat bekend om zijn psychoactieve werking, waardoor men euforische gevoelens (high) ervaart. CBD heeft geen psychoactieve werking. CBD zorgt juist voor de kalmerende voordelen van czonder dat je er high wordt. Het middel heeft goede toepassingsmogelijkheden op het gebied van de geneeskunde. Onderzoek toont aan dat CBD een ontstekingsremmende, zenuwbeschermende en spierontspannende werking kan hebben. Uit een aantal studies is gebleken dat CBD helpt tegen epileptische aanvallen. Ook zou het angst remmen en helpen tegen misselijkheid.

In tegenstelling tot THC staat CBD niet op een van de lijsten van de Opiumwet, maar de hennepplant, waaruit CBD wordt gewonnen, valt wel onder de werking van de Opiumwet.

Teelt

De Opiumwet verbiedt alle teelt van hennep, tenzij je een ontheffing hebt voor wetenschappelijk onderzoek naar de geneeskundige werking van hennep of voor de productie van geneesmiddelen.

Daarnaast bevat artikel 12 van het Opiumwetbesluit een uitzondering voor de teelt van vezelhennep, onder de voorwaarde dat de teelt “kennelijk bestemd is voor de winning van vezel of de vermeerdering van zaad voor de productie van vezelhennep, met dien verstande dat de uitzondering van het verbod op het telen van hennep slechts geldt voor zover de teelt plaatsvindt in de volle grond en in de open lucht.”

De teelt van hennep voor ieder ander doel is verboden. Als hennep, geteeld in de volle grond en in de open lucht, niet “kennelijk bestemd is voor de winning van vezel of de vermeerdering van zaad voor de productie van vezelhennep” maar voor andere doeleinden (bijvoorbeeld voor de productie van CBD) dan geldt de uitzondering van artikel 12 van het Opiumwetbesluit niet.

Aanwezig hebben

Het Hof Den Haag oordeelde in februari 2017 dat men geen (restanten van) vezelhennep aanwezig mag hebben als deze niet worden gebruikt voor het maken van vezels of voor het vermeerderen van zaad ten behoeve van de teelt van vezelhennep. Volgens het Hof Den Haag mogen (restanten van) vezelhennep niet worden gebruikt om CBD olie van te maken. Het aanwezig hebben van deze henneprestanten is strafbaar. Onlangs heeft de Hoge Raad deze uitspraak bevestigd.

Op grond van de totstandkomingsgeschiedenis van het Opiumwetbesluit moet worden aangenomen dat de uitzondering van artikel 12 Opiumwetbesluit ook geldt ten aanzien van het aanwezig hebben van hennep, indien en voor zover die gedraging onlosmakelijk verbonden is met het productieproces van vezelhennep en ook aan de overige eisen van artikel 12 van het Opiumwetbesluit is voldaan.

Volgens de Hoge Raad is het bezit van vezelhennep verboden als je iets anders van plan bent dan het produceren van vezels of zaden. Zodra iemand CBD olie wil maken van vezelhennep, dan wordt het aanwezig hebben van vezelhennep gezien als een overtreding van de Opiumwet.

Welbeschouwd slaat dit natuurlijk helemaal nergens op. Op grond van Europese regelgeving is de teelt van vezelhennep met een maximum percentage van 0,2% THC gewoon toegestaan. Ook advocaat Maurice Veldman is zeer verontwaardigd over deze uitspraak van de Hoge Raad en pleit voor een drastische modernisering van de Opiumwet.

Wijziging Opiumwet

In januari 2018 bleek uit documenten die openbaar zijn gemaakt naar aanleiding van een Wob-verzoek dat er binnen het ministerie van VWS vanaf begin 2017 wordt nagedacht over een wijziging van de Opiumwet om aan deze idiote situatie een einde te maken.

“De (huidige) situatie is dat het product CBD(olie) niet verboden is, maar het proces om het te produceren wel. Om deze tegenstrijdigheid op te lossen is een wijziging van de Opiumwet nodig.” aldus een beleidsjurist van het ministerie van VWS. Daarna is het stil gebleven. Wanneer het ministerie van VWS hier iets mee gaat doen, is onbekend. Terwijl de oplossing toch voor de hand ligt. De in artikel 12 van het Opiumwetbesluit genoemde uitzondering voor de teelt van vezelhennep kan eenvoudig worden uitgebreid, zodat de productie van CBD(olie) ook is toegestaan. Of, nog beter, haal vezelhennep met minder dan 0,3% THC gewoon uit de Opiumwet.

Uit rapporten van het Trimbos-instituut blijkt immers dat er geen enkele aanleiding is om CBD op een van de lijsten van de Opiumwet te plaatsen, omdat CBD geen psychoactieve werking heeft en omdat er geen gezondheidsincidenten zijn gemeld.

Verenigde Staten

Steeds meer bedrijven in de VS voegen tegenwoordig CBD toe aan hun producten. Of het nu gaat om koffie, cocktails, lotion of hondensnoepjes, steeds meer producten bevatten CBD. Ze zijn mateloos populair. Moeders en zelfs huisdieren experimenteren ermee.

Dit is toegestaan, nu in december 2018 de nieuwe “Farm Bill” van kracht is geworden. Deze wet heeft de teelt van vezelhennep (onder bepaalde voorwaarden) gelegaliseerd, waaronder de teelt van planten die worden gebruikt voor de productie van CBD olie.

In de “Farm Bill” wordt vezelhennep gedefinieerd als cannabisplanten met minder dan 0,3% THC. Deze vezelhennep valt niet meer onder de Controlled Substances Act (de Amerikaanse Opiumwet).

De “Farm Bill” zorgt er voor dat iedere cannabinoïde die wordt afgeleid van vezelhennep legaal is, onder de voorwaarde dat de vezelhennep is geteeld door een vergunde teler met inachtneming van de wettelijke voorschriften.

Dat betekent dat de productie van CBD olie in de VS is toegestaan, mits wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Dat is heel wat anders dan de situatie in Nederland, waarbij de productie van CBD olie is verboden, vanwege een verbod op het aanwezig hebben van vezelhennep die geen psychoactieve werking heeft en op geen enkele manier schadelijk is voor de gezondheid en de samenleving. Dit is wederom een flagrant voorbeeld dat Nederland hopeloos achterloopt bij de internationale ontwikkelingen op dit gebied.

Viva la Revolución!

8 januari 2019

Na Uruguay en Canada wil nu ook Mexico de teelt en het recreatieve gebruik van cannabis legaliseren. De nieuwe regering heeft daartoe een wetsvoorstel ingediend. Als deze wet wordt aangenomen door het Mexicaanse parlement, is cannabis legaal in Mexico. Bedrijven mogen dan cannabis telen en verkopen. Ook particulieren mogen dan cannabis telen voor privégebruik. Ze moeten zich wel registreren, ze mogen niet meer dan 20 planten hebben en ze mogen maximaal 480 gram per jaar produceren.

Mexico is de op één na grootste economie van Latijns-Amerika en een van de belangrijkste toegangspoorten tot de Verenigde Staten vanwege de geografische ligging. Tijdens de Amerikaanse drooglegging in de jaren twintig van de vorige eeuw werd er vooral alcohol gesmokkeld. Daarna is de aandacht verschoven naar drugs. Inmiddels is Mexico een van de grootste producenten van cannabis, heroïne en synthetische drugs (methamfetamine) en fungeert het land als tussenstation voor de cocaïnehandel.

De afgelopen 12 jaar werd Mexico geteisterd door een drugsoorlog, met tienduizenden doden, nietsontziende drugskartels en enorme corruptie tot gevolg. Door de teelt en het recreatieve gebruik van cannabis te legaliseren hoopt de nieuwe Mexicaanse regering een einde te maken aan het excessieve geweld.

Volgens de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, Olga Sanchez, gaat het huidige cannabisverbod uit van de verkeerde veronderstelling dat het probleem van drugs moet worden aangepakt vanuit strafrechtelijk oogpunt. “Het cannabisverbod draagt juist bij aan misdaad en geweld”, aldus het wetsvoorstel. “In 12 jaar oorlog tegen de drugskartels zijn er 235.000 doden gevallen.”

Uruguay

Het Mexicaanse wetsvoorstel heeft veel overeenkomsten met wetgeving die enkele jaren geleden in Uruguay is aangenomen. Toen ik nog bij het ministerie van VWS werkte, ben ik in 2011 benaderd door de ambassade van Uruguay met het verzoek of ik wilde praten met een vertegenwoordiging van het parlement, die belast was met het voorbereiden van wetgeving om de teelt en het gebruik van cannabis te legaliseren. We hebben vervolgens uitgebreid gesproken over de voor- en nadelen van legalisering van drugs en over de vraag of legalisering van cannabis kon bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid en het verminderen van de aan drugs gerelateerde criminaliteit.

Uiteindelijk heeft Uruguay in 2013 als eerste land ter wereld een wet aangenomen waarmee de teelt en het recreatieve gebruik van cannabis werd gelegaliseerd. Sindsdien is de criminaliteit in Uruguay aanzienlijk gedaald, dus de legalisering van cannabis heeft het beoogde effect gehad.

Qua teelt en distributie loopt het echter een stuk minder soepel in Uruguay. Net als in Mexico mogen particulieren zelf cannabis telen voor privégebruik. Per huishouden maximaal 6 planten, met een maximale oogst van 480 gram per jaar. Daarnaast zijn er “social cannabis clubs” waar leden samen tot maximaal 99 planten mogen telen.

Uruguay heeft de commerciële verkoop van cannabis heel voorzichtig vrijgegeven. Cannabis mag alleen worden verkocht in de apotheek, maar tot nu toe wordt cannabis slechts aangeboden in 14 apotheken. Dat komt (opvallend genoeg) vooral door de invloed van Amerikaanse banken.

Omdat de economie van Uruguay afhankelijk is van de dollar, hebben de meeste apotheken een bankrekening bij een Amerikaanse bank. Volgens de Amerikaanse wetgeving mogen deze banken geen rekeningen aanbieden die verband houden met de vervaardiging, invoer, verkoop of distributie van drugs. Sommige banken hebben apothekers gewaarschuwd dat hun rekeningen worden gesloten zodra zij cannabis gaan verkopen.

Apothekers moeten dus hun toevlucht nemen tot transacties waarbij alleen contant geld wordt gebruikt. Dit is vergelijkbaar met de situatie in Amerikaanse staten, zoals Colorado en Washington. Ook heeft Uruguay slechts twee leveranciers, die geautoriseerd zijn om de apotheken te bevoorraden.

Maar toch. Ondanks alle opstartproblemen en barrières wordt de grootste aanjager van de oorlog tegen drugs, de Verenigde Staten, straks omringd door landen waar het legaal is om cannabis te telen en te gebruiken. Het kan verkeren.

Experiment

In tegenstelling tot Uruguay, Canada en Mexico gaat Nederland de teelt en het recreatieve gebruik van cannabis (nog) niet legaliseren. Er komt slechts een experiment met gereguleerde wietteelt. Het experiment heeft alleen betrekking op de verkoop van cannabis die is geteeld door telers die zijn aangewezen door de Staat in daartoe aangewezen coffeeshops in maximaal 10 gemeenten. Het experiment voorziet niet in de mogelijkheid dat particulieren zelf cannabis mogen telen. Het experiment biedt geen enkele ruimte voor productinnovatie op het gebied van extracten of eetwaren. En het experiment houdt geen rekening met recente innovaties op het gebied van de teelt van cannabis, waarmee Nederland zich zou kunnen onderscheiden ten opzichte van andere landen.

Er valt van alles aan te merken op de opzet van het experiment, zo blijkt uit de meer dan 50 reacties op de internetconsultatie over het Besluit Experiment gesloten coffeeshopketen, waaronder ook de reactie van KH Legal Advice.

In deze reactie heeft KH Legal Advice aangegeven dat het veel beter zou zijn om gedurende het experiment de cannabis van de door de Staat aangewezen telers geleidelijk toe te voegen aan het assortiment van de coffeeshops in de deelnemende gemeenten. Op die manier bied je consumenten de keuze en bied je coffeeshops de ruimte. Een geleidelijke overgang zou een stuk logischer zijn en tevens een oplossing bieden voor de gesignaleerde problemen.

KH Legal Advice voorgesteld om de teeltcyclus van cannabis veel efficiënter op elkaar aan te laten sluiten

KH Legal Advice heeft voorgesteld om de teeltcyclus van cannabis veel efficiënter op elkaar aan te laten sluiten.

Daarnaast heeft KH Legal Advice voorgesteld om de teeltcyclus van cannabis veel efficiënter op elkaar aan te laten sluiten, hetgeen telers de mogelijkheid biedt de kwaliteit te verbeteren, de kosten en de risico’s te minimaliseren en de productiecapaciteit te verhogen.

Tevens heeft KH Legal Advice aangegeven dat de overheid vooraf met de Nederlandse banken moet gaan praten om ervoor te zorgen dat deelname aan het experiment niet wordt beschouwd als illegaal en onwenselijk. Als nu het C-woord valt, zelfs al gaat het om een legale toepassing, krijgen ondernemers niet eens een IBAN-nummer. Ook krijgen ondernemers geen enkele vorm van financiering. Afspraken over financiering van andere projecten kunnen zelfs onder druk komen te staan. Een situatie zoals die is ontstaan in Uruguay en in de staten Colorado en Washington, waarbij ondernemers hun toevlucht moeten nemen tot transacties waarbij alleen contant geld wordt gebruikt, is onwenselijk en moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

Debat

In de derde week van 2019 (14 tot 18 januari) vindt in de Tweede Kamer een debat plaats over het wetsvoorstel experiment gesloten coffeeshopketen.

Ik hoop echt dat de betrokken ministers en de Kamerleden de aanbevelingen en adviezen uit de internetconsultatie ter harte nemen en dat het experiment alsnog wordt aangepast, zodat het een kans van slagen heeft.

Ons land mag dan internationaal bekend staan als gidsland voor doelmatig en effectief drugsbeleid, toch slaagt Nederland er maar niet in om wetgeving aan te nemen waarmee de teelt en het recreatieve gebruik van cannabis wordt gelegaliseerd. In plaats daarvan worden we afgescheept met een experiment waar niemand op zit te wachten en blijft onze minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus, tegen beter weten in volhouden dat het probleem van drugs moet worden aangepakt vanuit strafrechtelijk oogpunt. Het kan ook anders. Neem een voorbeeld aan Mexico. Viva la Revolución!

Internationale ontwikkelingen rond CBD en cannabis

18 december 2018

Als het over internationaal drugsbeleid gaat, zijn een paar organisaties heel belangrijk. Al deze organisaties maken onderdeel uit van de Verenigde Naties (VN).

De World Health Organization (WHO). Dit agentschap van de VN is opgericht in 1948 en heeft tot doel het verbeteren van de gezondheid van de wereldbevolking. De WHO heeft verschillende deskundigencommissies, waaronder de Expert Committee on Drug Dependence (ECDD). De ECDD wordt gevormd door een onafhankelijke groep van deskundigen op het gebied van drugs en medicijnen. De ECDD kan verschillende beoordelingen uitvoeren; een voorlopige beoordeling en een kritische beoordeling. Aan de hand van deze beoordelingen kan de ECDD via de WHO aanbevelingen doen over de classificering van drugs binnen de internationale drugsverdragen.

De Commission on Narcotic Drugs (CND). De CND is opgericht in 1946 om de VN te helpen bij het toezicht op de toepassing van de internationale drugsverdragen, zoals het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen uit 1961. Het Enkelvoudig Verdrag ligt, samen met Verdrag inzake psychotrope stoffen uit 1971, ten grondslag aan de Nederlandse Opiumwet. De Commission on Narcotic Drugs (CND) is het bestuursorgaan van de United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC). De UNODC is opgericht om de VN bij te staan in de strijd tegen drugs, criminaliteit, internationaal terrorisme en corruptie. Dat doen ze door middel van onderzoek en advies en het opstellen en toepassen van diverse verdragen en protocollen.

De International Narcotics Control Board (INCB). De INCB is het onafhankelijke en quasi-rechterlijke controleorgaan dat belast is met de uitvoering van de internationale drugsverdragen. De INCB speelt vooral een belangrijke rol bij het toezicht op de handhaving van deze verdragen.

Waarom is dit belangrijk?

Waarom is dit nu zo belangrijk, vraagt u zich wellicht af. Welnu, op dit moment staat cannabis op lijst I en op lijst IV van het Enkelvoudig Verdrag. Op lijst I staan de stoffen die verslavende eigenschappen hebben, met een ernstig risico op misbruik. Op lijst IV staan de meest gevaarlijke stoffen, die al op lijst I staan, die bijzonder schadelijk zijn en een uiterst beperkte medische of therapeutische waarde hebben. Lijst IV is dus de zwaarste categorie. Cannabis valt dus onder dezelfde categorie als bijvoorbeeld heroïne. Daar valt nogal wat op af te dingen, zeker gezien alle recente ontwikkelingen rond (medicinale) cannabis.

In juni 2018 kwam de deskundigencommissie van de WHO (ECDD) voor de 40e keer bijeen in een speciale sessie om de schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de therapeutische waarde van cannabis en aan cannabis verwante stoffen te evalueren.

Geloof het of niet, maar dit was de eerste keer dat de ECDD cannabis en aan cannabis verwante stoffen heeft beoordeeld om de geschiktheid van de huidige classificering binnen de internationale drugsverdragen van 1961 en 1971 te (her)overwegen. Dat is natuurlijk compleet bizar, maar beter laat dan helemaal niet.

Opnieuw evalueren

De ECDD heeft voorlopige beoordelingen uitgevoerd over cannabis en aanverwante stoffen ​​en vastgesteld dat er voldoende nieuwe wetenschappelijke informatie over de gezondheidsschade en therapeutische waarde bestaat om de volgende stoffen opnieuw te evalueren en te onderwerpen aan een kritische beoordeling:

  • Cannabis (wiet) en cannabishars (hasj)
  • Extracten en tincturen van cannabis (oliën, eetwaren, vloeistoffen)
  • Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC)
  • Isomeren van THC

In juni 2018 heeft de ECDD ook een kritische beoordeling uitgevoerd van preparaten die worden beschouwd als pure cannabidiol (CBD). Op grond van deze kritische beoordeling heeft de ECDD de aanbeveling gedaan dat preparaten die als zuiver cannabidiol (CBD) worden beschouwd niet onder internationale drugscontrole moeten worden geplaatst, omdat CBD geen psychoactieve eigenschappen heeft en geen mogelijkheden biedt voor misbruik of afhankelijkheid.

Op 23 juli stuurde de directeur-generaal van WHO een brief naar de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Het doel van deze brief was om hem te informeren over de uitkomst van de vergadering van de ECDD in juni 2018, die was gewijd aan de wetenschappelijke beoordeling van cannabis en aanverwante producten.

In zijn brief schrijft de directeur-generaal van WHO het volgende over CBD:

 I am pleased to submit the recommendations of the ECDD as follows:

Cannabidiol (CBD)
The Committee recommended that preparations considered to be pure CBD should not be scheduled within the International Drug Control Conventions.

Tijdens de 41e bijeenkomst van de ECDD in november 2018 zijn vervolgens kritische besprekingen gevoerd over cannabis en aanverwante stoffen, waaronder THC.

Ontwikkelingen

Kamerlid Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) heeft daar vrij recent Kamervragen over gesteld. Deze vragen zijn eind november beantwoord door de minister voor Medische Zorg en Sport.

De aanbevelingen van de ECDD over cannabis, cannabishars en aanverwante stoffen, waaronder THC, zijn helaas nog niet openbaar. Wel is de kritische beoordeling van de ECDD over cannabis en cannabishars gepubliceerd.

De eerstvolgende vergadering van de Commission on Narcotic Drugs (CND) zal plaatsvinden in maart 2019 en dat belooft een spannende vergadering te worden, want dan worden de aanbevelingen van de ECDD besproken en zal duidelijk worden of de CND de aanbevelingen van de ECDD over CBD en over cannabis, cannabishars en aanverwante stoffen, waaronder THC, zal overnemen of zal verwerpen.

Zodra er ontwikkelingen zijn over de aanbevelingen van de ECDD over cannabis, cannabishars en aanverwante stoffen, waaronder THC, of over de classificering van cannabis onder de internationale drugsverdragen, dan zullen wij u daarover berichten.

Het experiment

4 december 2018

Het experiment gesloten coffeeshopketen waarbij straks in maximaal 10 gemeenten alleen nog maar wiet mag worden verkocht die is geteeld door telers die zijn aangewezen door de Staat houdt de gemoederen flink bezig. Alle coffeeshops in de deelnemende gemeenten worden straks verplicht mee te doen met deze proef. Als ze niet mee willen doen, dan worden ze gesloten.

Het experiment zou aanvankelijk maximaal 4 jaar duren, maar deze periode wordt mogelijk verlengd met 1,5 jaar, zo bleek uit een nota van wijziging van het wetsvoorstel die eerder deze week werd gepubliceerd.

Op 12 november 2018 verscheen het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen. Het besluit bevat regels voor gemeenten, coffeeshops en telers die willen deelnemen aan het experiment. Voor een uitgebreide analyse van dit besluit kunt u contact opnemen met KH Legal Advice. Tot 24 december 2018 bestaat de mogelijkheid om te reageren op dit besluit.

Steeds meer gemeenten hebben laten weten dat ze de voorwaarden van het experiment te streng vinden. En steeds meer coffeeshops vragen zich af of ze wel mee willen doen aan deze proef. Een paar pijnpunten komen steeds weer terug:

1. Na afloop van de proef moet alles weer worden zoals het was. Coffeeshops moeten hun wiet dan weer afnemen van illegale telers en de vergunning van de door de Staat aangewezen telers wordt ingetrokken. De meeste partijen zijn het er over eens dat je na het experiment eigenlijk niet meer kunt terugkeren naar de illegale situatie. Niemand zit daar op te wachten. De gemeenten niet, de coffeeshops niet en de telers die worden aangewezen door de Staat al helemaal niet. Het is nog maar zeer de vraag of de coffeeshops na afloop van het experiment erin zullen slagen voldoende (illegale) leveranciers te vinden. Ook is het volstrekt onzeker of de door de Staat aangewezen telers binnen de beperkte duur van het experiment erin zullen slagen de door hun gedane investeringen terug te verdienen.

2. Zodra het experiment begint worden alle coffeeshops in de deelnemende gemeenten volledig afhankelijk van telers die zijn aangewezen door de Staat. De verkoop van buitenlandse hasj wordt verboden en coffeeshops mogen alleen nog maar gesloten, voorverpakte eenheden wiet verkopen die zijn aangeleverd door deze telers. Als de wiet om welke reden dan ook niet kan worden geleverd (zoals in Canada) dan heeft de coffeeshop geen voorraad meer. Dat levert onherstelbare schade op voor het vertrouwen van de consument.

3. Gedurende het experiment is de verkoop van producten waarin wiet is verwerkt (zoals spacecake) niet toegestaan, omdat de coffeeshops in de deelnemende gemeenten alleen nog maar wiet mogen verkopen in een verzegelde verpakking. Dat is vreemd, zeker nu de Staat het roken (van tabak) zo veel mogelijk wil ontmoedigen.

4. De angst bestaat dat er straks te weinig soorten wiet zijn om aan de vraag te voldoen, waardoor mensen niet meer naar de coffeeshop gaan en hun wiet liever ergens anders kopen. Dat leidt tot meer straathandel, meer overlast, meer criminaliteit, etc.

De oplossing ligt voor de hand. Het zou veel beter zijn om gedurende het experiment de wiet van de door de Staat aangewezen telers geleidelijk toe te voegen aan het assortiment van de coffeeshops in de deelnemende gemeenten. Op die manier bied je consumenten de keuze en bied je coffeeshops de ruimte. Een geleidelijke overgang zou een stuk logischer zijn en tevens een oplossing bieden voor de gesignaleerde problemen.

Het is beter om een nieuw product te introduceren binnen een bestaande markt dan de hele markt opnieuw in te richten. Op die manier neem je de consumenten serieus, geef je de markt de ruimte om het tempo te bepalen en kunnen coffeeshops ergens op terugvallen, niet alleen tijdens, maar ook na het experiment.

De verloren oorlog

22 november 2018

Volgens minister van Justitie en Veiligheid Grapperhaus moet de  productie en distributie van alle drugs uit de zwaarste categorie in de Opiumwet (cocaïne, amfetamine, xtc en ghb) loeihard worden aangepakt. De minister pleit voor een ‘War on Drugs’ omdat het legaliseren van deze middelen geen optie zou zijn. Als echter de laatste jaren iets duidelijk is geworden, is het dit wel: over de hele wereld faalt de ‘War on Drugs’. Wereldwijd wordt meer dan 90 miljard euro besteed aan deze oorlog. Ondanks de enorme hoeveelheid geld die wordt geïnvesteerd in de bestrijding van drugs, nemen de uitdagingen eerder toe dan af.

Een recent rapport van het International Drug Policy Consortium – een wereldwijd netwerk van maatschappelijke organisaties met meer dan 170 niet-gouvernementele organisaties die zich bezighouden met drugsbeleid – laat zien dat het drugsgebruik niet is afgenomen, maar dat het tussen 2011 en 2016 met 31 procent (!) is gestegen. De illegale drugsmarkten zijn meedogenloos uitgebreid om aan deze groeiende vraag te kunnen voldoen, waarbij tussen 2009 en 2018 de productie van opium is gestegen met 130 procent en de productie van coca met 34 procent.

Kortom, de ‘War on Drugs’ is geen oplossing en werkt contraproductief. Zodra justitie en politie meer druk op de drugsmarkt zetten, worden de risico’s hoger en daarmee stijgt de winstmarge. Dat trekt weer zwaardere criminaliteit aan, met alle gevolgen van dien.

Onlangs bepleitte een Nijmeegse arts, Kees Kramers, dat xtc legaal zou moeten worden. Legalisering zou volgens hem leiden tot minder criminaliteit en minder dumpingen van gevaarlijk chemisch drugsafval. Eerder had hoogleraar verslavingszorg Wim van den Brink ook al aangegeven dat het beter zou zijn als de overheid xtc, net als cannabis, reguleert.

De reactie van het CDA, de partij van minister Grapperhaus, op dergelijke initiatieven is helaas nogal voorspelbaar. Het CDA wil niet erkennen dat de strijd tegen de synthetische drugsindustrie met de miljardenwinsten is verloren. “Wij gaan criminelen niet belonen, maar bestraffen”, aldus een CDA-Kamerlid. Dat inmiddels is aangetoond dat deze aanpak niet werkt, maar alleen maar leidt tot meer drugsgerelateerde criminaliteit en tot meer drugsgebruik, doet blijkbaar niet ter zake in politiek Den Haag.

In 2017 heb ik ook een pleidooi gehouden voor het legaliseren van cannabis en xtc.

Het uitgangspunt van het drugsbeleid is om de risico’s voor de volksgezondheid zoveel mogelijk te beperken en maatschappelijke en sociale schade te voorkomen. Op grond daarvan zou het verstandiger zijn om drugs te reguleren en per middel te bepalen wat wel en niet is toegestaan, net als bij alcohol en tabak.

De prioriteit van het Nederlandse drugsbeleid moet weer komen te liggen bij het beschermen van mensen in plaats van het bestrijden van middelen. Verantwoord gebruik van drugs moet het uitgangspunt zijn, te beginnen bij twee relatief minder schadelijke middelen: cannabis en xtc.

Mensen gebruiken cannabis of xtc om uiteenlopende redenen. In verreweg de meeste gevallen gaat het om volwassen, verantwoordelijke mensen die er bewust voor kiezen. Voor de meesten van hen heeft het gebruik een meerwaarde. Zij ervaren het effect als positief. Sommige mensen komen in de problemen door (overmatig) gebruik van deze middelen. Voor hen is voldoende begeleiding en hulp beschikbaar, net als bij alcohol.

Cannabis en xtc kunnen beter een legale status krijgen en een eigen set van regels. Zodoende kunnen eisen worden gesteld aan het productieproces, de herkomst, de samenstelling en de kwaliteit en weten mensen wat ze roken of slikken. Dat leidt aantoonbaar tot de minste maatschappelijke en sociale schade en tot een laag risico voor de volksgezondheid. Drugsbeleid gebaseerd op onderzoek en op wetenschappelijke inzichten. Je moet er maar op komen.

Voor cannabis komt er straks een experiment, waarbij de teelt onder bepaalde voorwaarden wordt toegestaan. Dat is een eerste stap in de goede richting. Maar verder verandert er voorlopig niets. Politiek Den Haag trekt ten strijde tegen alle synthetische drugs, doof voor de waarschuwingen en blind voor de feiten, in een zinloze oorlog met louter verliezers.

Opinie: Bescherm de volksgezondheid; legaliseer wietteelt!

Dit opiniestuk werd op 22 februari 2017 geplaatst in het Brabants Dagblad en op 4 maart in het Eindhovens Dagblad.

De prioriteit van het drugsbeleid richt zich op bestrijden van de middelen. Maar wanneer je cannabis en xtc legaliseert, ben je gezonder bezig.

Decennialang was het Nederlandse gedoogbeleid rond cannabis succesvol. De zogenaamde 'scheiding der markten' had grote voordelen voor de volksgezondheid en de openbare orde. Nederland stond bekend als gidsland als het ging om verstandig en doelmatig drugsbeleid. Maar uiteindelijk bereikte de 'war on drugs' ook ons land, met alle bijbehorende retoriek en problematiek.

De afgelopen 10 jaar is in Nederland sprake van een intensivering van de aanpak van drugs. Deze intensivering richt zich met name op de cannabisbranche en synthetische drugs. Er zijn verschillende taskforces opgericht. Er is sprake van meer en strengere wetgeving. De prioriteit van het Nederlandse drugsbeleid is verschoven van het beschermen van mensen naar het bestrijden van middelen, met alle(voorspelbare) gevolgen van dien. De betrokkenheid van de criminaliteit bij de productie van drugs neemt toe, want hoe hoger het risico op vervolging, hoe lucratiever de handel. Het gehalte aan werkzame stoffen in drugs wordt steeds hoger, hetgeen een direct gevaar vormt voor de gezondheid. Ook de schade voor de samenleving neemt toe, in de vorm van woningbranden door illegale hennepkwekerijen en dumping van chemicaliën in natuurgebieden.

Schadelijker
Het besef dat de 'war on drugs' alleen maar leidt tot meer drugs en tot meer schade voor de gezondheid en de samenleving lijkt maar niet door te dringen.

In 2014 verscheen een wetenschappelijk rapport¹ waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen cannabisbeleid en alcohol- en tabaksbeleid. Uit dit rapport blijkt dat zowel een ongereguleerde criminele markt als een ongereguleerde legale markt leidt tot grote maatschappelijke en sociale schade en tot grote risico's voor de volksgezondheid. Strikte regulering van de markt leidt tot de minste maatschappelijke en sociale schade en tot een laag risico voor de volksgezondheid.

In 2009 kwam het RIVM-rapport 'Ranking van drugs: een vergelijking van de schadelijkheid van drugs' uit. Volgens het rapport 'scoren alcohol en tabak hoog op de schaal van schadelijkheid voor de volksgezondheid en zijn daarmee relatief schadelijker dan veel andere soorten drugs'.²

Van de 19 middelen op de lijst van het RIVM zijn alleen alcohol en tabak legaal. Dankzij deze legale status heeft de industrie de mogelijkheid om reclame te maken voor hun producten, is er een legale afzetmarkt beschikbaar en kan er een politieke lobby worden georganiseerd.De alcoholindustrie laat geen gelegenheid onbenut om te wijzen op de voordelen van alcohol en slaagt er al jaren in het verantwoord gebruik van alcohol te promoten, hoewel alcohol een zeer schadelijke stof is.

Alcohol en tabak hebben elk een eigen set van regels, vastgelegd in wet- en regelgeving. De regels hebben betrekking op de productie, de samenstelling, de kwaliteit en de verkoop van alcohol en tabak. Voor illegale drugs is het anders. Alle handelingen met betrekking tot drugs zijn verboden, behalve het gebruik ervan.

Lobby
Het uitgangspunt van het drugsbeleid is om de risico's voor de volksgezondheid zoveel mogelijk te beperken en om maatschappelijke en sociale schade te voorkomen. Op grond daarvan zou het verstandiger zijn om drugs te reguleren en per middel te bepalen wat wel en niet is toegestaan, net als bij alcohol en tabak.

Tegenstanders van regulering van drugs wijzen er vaak opdat dit kan leiden tot normalisering van drugs en daarmee tot een toename van het gebruik. Dat vinden zij onwenselijk, want drugs vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid en voor de samenleving. Daarom moeten drugs worden bestreden. Ziehier de kracht van de lobby; alcohol vormt een veel groter gevaar voor de volksgezondheid en voor de samenleving dan de meeste illegale drugs, maar dankzij de lobby is de gebruiker van alcohol het probleem en niet de stof. Bij drugs is het middel zelf het probleem.

De prioriteit van het Nederlandse drugsbeleid moet weer komen te liggen bij het beschermen van mensen in plaats van het bestrijden van middelen. Verantwoord gebruik van drugs moet het uitgangspunt zijn, te beginnen bij twee relatief minder schadelijke middelen: cannabis en xtc (MDMA).

Mensen gebruiken cannabis of MDMA om uiteenlopende redenen, maar in verreweg de meeste gevallen gaat het om volwassen, verantwoordelijke mensen die er bewust voor kiezen deze middelen te gebruiken. Voor de meesten van hen heeft het gebruik van cannabis of MDMA een meerwaarde. Zij ervaren het effect van deze middelen als positief. Sommige mensen komen in de problemen door (overmatig) gebruik van deze middelen. Voor hen is in principe voldoende begeleiding en hulp beschikbaar, net als bij alcohol.

Cannabis en MDMA kunnen beter een legale status krijgen en een eigen set van regels, vastgelegd in wet- en regelgeving. Zodoende kunnen eisen worden gesteld aan het productieproces, de herkomst, de samenstelling en de kwaliteit van het middel. Dat leidt tot de minste maatschappelijke en sociale schade en tot een laag risico voor de volksgezondheid. Door cannabis en MDMA een legale status te geven, kan de gebruiker beter worden beschermd en hoeven deze middelen niet meer te worden bestreden. Dat is zinvol beleid.

Kaj Hollemans is oud-ambtenaar van het ministerie van VWS en nu zelfstandig expert op het gebied van alcohol en drugs. Dit verhaal is een ingekorte versie van Hollemans' bijdrage aan de bundel 'De kwaal is erger dan het middel'. Het boek wordt morgen gepresenteerd in boekhandel Gianotten Mutsaers in Tilburg. De eerste exemplaren worden in ontvangst genomen door oud-premier Dries van Agt en D66-Kamerlid Vera Bergkamp. Het boek verschijnt bij Uitgeefagentschap Gibbon.

Verwijzing naar de 2 rapporten:
¹ alicerap.eu/rebrons/documents/doc_download/185-policy-paper-5-cannabis-from-prohibition-to-regulation.html
² rivm.nl/bibliotheek/ rapporten/340001001.html

Opinie: Alcoholbeleid anno 2016: veel borrelpraat, weinig resultaat.

Dit opiniestuk werd op 13 oktober 2016 geplaatst in Dagblad Trouw. 

De krantenkoppen van de afgelopen maanden liegen er niet om. Alcoholgebruik kost Nederland jaarlijks 2,5 miljard euro. De NIX18 campagne faalt. Jongeren onder de 18 blijven drinken. Minderjarigen komen moeiteloos aan drank. Veel mis bij de naleving van de leeftijdsgrens bij de verkoop van alcohol. Als we er niet in slagen om te voorkomen dat kinderen op jonge leeftijd beginnen met drinken, dan zullen de maatschappelijke problemen alleen maar toenemen.

In plaats van maatregelen te nemen om te voorkomen dat er nog drank aan kinderen wordt verkocht, blijkt dat alle supermarkten die zijn aangesloten bij het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL) een kartel hebben georganiseerd om de invoering van een effectief controlesysteem waarmee de leeftijd op afstand wordt gecontroleerd, Ageviewers, tegen te houden. De supermarkten zijn veroordeeld door de rechter, maar ze gaan gewoon door met de boycot.

In plaats van maatregelen te nemen om te voorkomen dat er nog drank aan kinderen wordt verkocht, willen horecaondernemers niet langer verantwoordelijk worden gehouden voor de zuipende jeugd. Geef kinderen onder de 18 jaar die worden betrapt op het drinken van alcohol maar een hogere boete, aldus een woordvoerder van Koninklijke Horeca Nederland (KHN).

Voorlopig hoeven supermarkten en horecaondernemers ook helemaal geen maatregelen te nemen. Ze kunnen met een gerust hart alcohol aan kinderen blijven verkopen. De kans dat ze een boete krijgen is namelijk verwaarloosbaar, zo blijkt uit navraag bij de twaalf grootste Nederlandse gemeenten.

In plaats van toezicht te houden op de naleving van de wet, organiseren gemeenten liever experimenten rond blurring, mengvormen van winkels en horeca. Deze experimenten zijn in strijd met de Drank- en Horecawet. Volgens de staatssecretaris van VWS en de rechter zijn de experimenten niet toegestaan, maar gemeenten gaan er gewoon mee door. Hiermee hopen ze de teloorgang van winkelgebieden en binnensteden tegen te gaan. Over de bijdrage die ze hiermee leveren aan de teloorgang van de samenleving, nu meer winkeliers op meer plaatsen alcohol verkopen aan meer mensen, maken ze zich blijkbaar minder druk.

Het resultaat laat zich raden. Het aantal jonge comazuipers stijgt explosief en alcoholmisbruik neemt toe in de samenleving. In 2015 belandden bijna 1000 minderjarigen in het ziekenhuis door riskant drinkgedrag. Dat is een stijging van 19 procent ten opzichte van 2014. Ruim 1 miljoen Nederlanders is een probleemdrinker en 300.000 mensen hebben een alcoholverslaving. Slechts 10 procent daarvan zoekt hulp om van die verslaving af te komen.

De staatssecretaris van VWS is verantwoordelijk voor het alcoholbeleid in Nederland. Hij laat onderzoeken uitvoeren, hij heeft de NIX18 campagne gelanceerd, hij voert regelmatig overleg met de branche over het verbeteren van de naleving en met de gemeenten over het toezicht en hij heeft onlangs een evaluatie van de Drank- en Horecawet aangekondigd. Maar het nemen van maatregelen waarmee daadwerkelijk wordt voorkomen dat alcohol aan kinderen wordt verkocht, het verminderen van het aantal verkooppunten, het invoeren van een minimumprijs, het verbieden van sponsoring van grote evenementen door de alcoholindustrie, het verder beperken van alcoholreclame, het lanceren van een campagne die er op gericht is volwassenen en 55-plussers te wijzen op de risico’s van overmatig alcoholgebruik of een plan om er voor te zorgen dat meer mensen zich bij de verslavingszorg melden, daar waagt de staatssecretaris zich niet aan.

Er is sprake van een stuitend gebrek aan regie op het alcoholdossier. De decentralisatie van het toezicht is mislukt. Zo lang gemeenten geen toezicht houden, kunnen supermarkten en horecaondernemers ongehinderd alcohol aan kinderen blijven verkopen. Hoe jonger deze kinderen beginnen met het drinken van alcohol, hoe groter de kans dat ze op latere leeftijd vaker en meer gaan drinken. En als kinderen eenmaal zijn begonnen met drinken, dan is het te laat. Dat is alcoholbeleid anno 2016. Veel borrelpraat, weinig resultaat.